Zelfverdediging

We weten allen dat de krijgskunst die we beoefenen zeer efficiënte en zeer dodelijke technieken bevat. In het verleden werden deze technieken toegepast om te overleven en om strijd te leveren. De tijden zijn echter veranderd. We leven nu in een zogenaamde `beschaafde’ maatschappij waar alles aan wetten en reglementen is verbonden. Door deze wetten en reglementen wordt ons leven door de overheid als het ware gemanipuleerd. De wet bepaalt wat mag en wat niet mag. Door de verscheidenheid van wetten, de moeilijke structuur waarin ze zijn opgesteld en het gebruik van moeilijke woorden begrijpen de meeste mensen niet waarover het eigenlijk gaat.

Dagelijks worden we in onze maatschappij geconfronteerd met misbruik van geweld op anderen mensen. Door het serieus beoefenen van Kung-fu kunnen we als het nodig is een op ons gebruikt geweld elimineren. In het verleden was het gemakkelijk; men doodde zijn tegenstander als men werd aangevallen. Nu is zelfs de zelfverdediging of beter gezegd de lijfsverdediging gebonden aan reglementen en wetten.

De wettige zelfverdediging is opgenomen in het Strafwetboek artikel 416

Artikel 416: Er is noch misdaad noch wanbedrijf, wanneer de doodslag, de verwondingen en de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging van zichzelf of van een ander.

Dit artikel behoort tot de rechtvaardigingsgronden (dit is een omstandigheid waardoor een strafbaar feit zijn strafbaar karakter verliest).

De wettige verdediging (of de noodweer) kan men inroepen als er op het moment van de feiten een aantal voorwaarden zich gelijktijdig voordoen anders is er geen sprake van wettige verdediging. Die voorwaarden gaan we ontleden:

A) de ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging:

d.w.z. dat de aanval

  1. ernstig moet zijn,
  2. actueel moet zijn,
  3. plots moet zijn,
  4. onverwachts is.

(1) de aanval moet ernstig zijn: er moet een bedreiging zijn met een ernstig kwaad voor zichzelf of voor andere personen (bvb: een pistool richten op iemand, een bus traangas in iemands richting brengen, met een mes willen steken, een trap geven, een vuistslag of duw geven met de bedoeling te verwonden of te doden).

(2) de aanval moet actueel en zeker zijn: de aanval moet nakend zijn, zonder dat hij daarom reeds verwezenlijkt is. Als de aanval voorbij is en men gaat zich dan verweren (vb: achter iemand lopen die u een vuistslag in de maag heeft gegeven, u haalt hem in en u slaat hem dan in elkaar) spreekt men niet meer van wettige verdediging doch van een tegenaanval of van wraak.

(3) de aanval moet plots én

(4) onverwachts zijn: de wettige verdediging kan men niet inroepen als er een andere mogelijkheid was voor het oplossen van het conflict. Men had de kans om gevaarloos te vluchten of men had dadelijk efficiënte hulp kunnen bekomen.

B) de aanval moet wederrechtelijk zijn:

Het uitgangspunt is dat er iemand onrecht wordt aangedaan, een onrechtmatige aanranding dus. Hier is er een conflict tussen recht en onrecht: een persoon die slagen toebrengt aan een politieagent, die een volkomen wettelijke aanhouding verrichtte van die persoon, kan geen wettige verdediging inroepen.

C) er moet evenredigheid bestaan tussen de aanval en de verdediging:

Over de evenredigheid van de verdediging beslist de strafrechter: het verweermiddel moet aangepast zijn aan de aanval. Alleen een duidelijk aanwezige en ondubbelzinnige wanverhouding zal aanleiding geven tot strafrechterlijke vervolging van de persoon die handelde in staat van wettige zelfverdediging.

bvb: afweren van een vuiststoot mag niet gebeuren door het doden van de tegenstrever.

D) Wettige verdediging is enkel mogelijk bij een aanval op personen.

De aanval moet gericht zijn ofwel op de eigen of andermans leven of lichamelijke integriteit (levensgevaar, mishandeling) ofwel op eigen of andermans persoonlijke vrijheid (ontvoering, gijzeling,…) ofwel eigen of andermans eerbaarheid (verkrachting,aanranding van de eerbaarheid)

Voorbeelden:

(1) Man wrijft over achterste van vrouw: vrouw mag wettige verdediging inroepen.

(2) een zakkenroller heeft zonder geweld mijn portefeuille gestolen, men loopt erachter en men houdt hem staande. De zakkenroller blijft passief.. Men mag geen geweld gebruiken1enkel de man vasthouden.

BIJZONDERE GEVALLEN

1) Artikel 417 strafwetboek:

  • het verweer tegen NACHTELIJKE woonstschennis met braak of inklimming is enkel mogelijk als de inbreker ook de bedoeling had om personen aan te randen.
  • Ook het doden door het in de rug schieten van een inbreker is strafbaar. Iemand die in uw tuin rondloopt, doden is eveneens strafbaar.
  • het verweer tegen daders van diefstal of plundering met geweld tegen personen is eveneens in de wet opgenomen. Een dader van een hold-up kan men beter het geld laten meenemen.

Deze wettekst heeft te maken met de bescherming van uw eigen persoon en het voorkomen van misbruiken ervan. Mensen moeten hun leven niet riskeren voor een goed. Mensen mogen het recht niet krijgen iemand te verwonden of te doden voor een goed.

bv: iemand leunt op uw auto: die persoon mag men niet doodslaan. Bankbedienden die op elk voor hun verdacht persoon schieten. Bij een hold-up zijn gangsters tot alles in staat. Als bankbedienden het geld beschermen , kunnen er onschuldige cliënten worden gedood.

2) Noodtoestand

Bij wettige verdediging is er sprake van een conflict tussen een recht en een onrecht. In geval van noodtoestand is er steeds een conflict tussen 2 rechten. De Strafwet wordt dan overtreden met het doel een recht te beschermen dat een hogere waarde heeft dan het recht dat door de wet wordt beschermd. “NOOD BREEKT WET”.

BVB: een zwaargewonde mag men tegen overdreven snelheid naar een dokter of een ziekenhuis voeren.

Er zijn enkele voorwaarden voor men spreekt over een noodtoestand:

  • er is een werkelijke nood: een nakend lichamelijk of stoffelijk kwaad moet dreigen -een hogere waarde wordt nagestreefd: recht op leven primeert op recht op eigendom – de enige oplossing is de overtreding van de strafwet
  • de aantasting van het beschermde belang mag niet opgelegd worden.

3) Overmacht

Overmacht is de uitschakeling van de vrije wil door de dader door ernstige of dreigende (morele of fysische dwang). Er is geen enkel spontaan menselijk gedrag aanwezig.

bvb: onder bedreiging van een geladen revolver met overgehaalde trekker geeft men automatisch zijn geld af aan een overvaller in plaats van de held uit te hangen.

 

We weten allen dat de krijgskunst die we beoefenen zeer efficiënte en zeer dodelijke technieken bevat. In het verleden werden deze technieken toegepast om te overleven en om strijd te leveren. De tijden zijn echter veranderd. We leven nu in een zogenaamde `beschaafde’ maatschappij waar alles aan wetten en reglementen is verbonden. Door deze wetten en reglementen wordt ons leven door de overheid als het ware gemanipuleerd. De wet bepaalt wat mag en wat niet mag. Door de verscheidenheid van wetten, de moeilijke structuur waarin ze zijn opgesteld en het gebruik van moeilijke woorden begrijpen de meeste mensen niet waarover het eigenlijk gaat.

Dagelijks worden we in onze maatschappij geconfronteerd met misbruik van geweld op anderen mensen. Door het serieus beoefenen van Kung-fu kunnen we als het nodig is een op ons gebruikt geweld elimineren. In het verleden was het gemakkelijk; men doodde zijn tegenstander als men werd aangevallen. Nu is zelfs de zelfverdediging of beter gezegd de lijfsverdediging gebonden aan reglementen en wetten.

De wettige zelfverdediging is opgenomen in het Strafwetboek artikel 416

Artikel 416: Er is noch misdaad noch wanbedrijf, wanneer de doodslag, de verwondingen en de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging van zichzelf of van een ander.

Dit artikel behoort tot de rechtvaardigingsgronden (dit is een omstandigheid waardoor een strafbaar feit zijn strafbaar karakter verliest).

De wettige verdediging (of de noodweer) kan men inroepen als er op het moment van de feiten een aantal voorwaarden zich gelijktijdig voordoen anders is er geen sprake van wettige verdediging. Die voorwaarden gaan we ontleden:

A) de ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging:

d.w.z. dat de aanval

(1) ernstig moet zijn,

(2) aktueel moet zijn,

(3) plots moet zijn,

(4) onverwachts is.

(1) de aanval moet ernstig zijn: er moet een bedreiging zijn met een ernstig kwaad voor zichzelf of voor andere personen (bvb: een pistool richten op iemand, een bus traangas in iemands richting brengen, met een mes willen steken, een trap geven, een vuistslag of duw geven met de bedoeling te verwonden of te doden).

(2) de aanval moet aktueel en zeker zijn: de aanval moet nakend zijn, zonder dat hij daarom reeds verwezenlijkt is. Als de aanval voorbij is en men gaat zich dan verweren (bvb: achter iemand lopen die u een vuistslag in de maag heeft gegeven, u haalt hem in en u slaat hem dan in elkaar) spreekt men niet meer van wettige verdediging doch van een tegenaanval of van wraak.

(3) de aanval moet plots én

(4) onverwachts zijn: de wettige verdediging kan men niet inroepen als er een andere mogelijkheid was voor het oplossen van het conflict. Men had de kans om gevaarloos te vluchten of men had dadelijk efficiënte hulp kunnen bekomen.

B) de aanval moet wederrechtelijk zijn: het uitgangspunt is dat er iemand onrecht wordt aangedaan, een onrechtmatige aanranding dus. Hier is er een conflict tussen recht en onrecht: een persoon die slagen toebrengt aan een politieagent, die een volkomen wettelijke aanhouding verrichtte van die persoon, kan geen wettige verdediging inroepen. C) er moet evenredigheid bestaan tussen de aanval en de verdediging ( over de evenredigheid van de verdediging beslist de strafrechter): het verweermiddel moet aangepast zijn aan de aanval. Alleen een duidelijk aanwezige en ondubbelzinnige wanverhouding zal aanleiding geven tot strafrechterlijke vervolging van de persoon die handelde in staat van wettige zelfverdediging.

bvb: afweren van een vuiststoot mag niet gebeuren door het doden van de tegenstrever.

D) Wettige verdediging is enkel mogelijk bij een aanval op personen.

De aanval moet gericht zijn ofwel op de eigen of andermans leven of lichamelijke integriteit (levensgevaar, mishandeling) ofwel op eigen of andermans persoonlijke vrijheid (ontvoering, gijzeling,…) ofwel eigen of andermans eerbaarheid (verkrachting,aanranding van de eerbaarheid)

Voorbeelden:

(1) Man wrijft over achterste van vrouw: vrouw mag wettige verdediging inroepen.

(2) een zakkenroller heeft zonder geweld mijn portefeuille gestolen, men loopt erachter en men houdt hem staande. De zakkenroller blijft passief.. Men mag geen geweld gebruiken1enkel de man vasthouden.

BIJZONDERE GEVALLEN

1) Artikel 417 strafwetboek:

- het verweer tegen NACHTELIJKE woonstschennis met braak of inklimming is

enkel mogelijk als de inbreker ook de bedoeling had om personen aan te

randen.

- Ook het doden door het in de rug schieten van een inbreker is strafbaar.

Iemand die in uw tuin rondloopt, doden is eveneens strafbaar.

- het verweer tegen daders van diefstal of plundering met geweld tegen

personen is eveneens in de wet opgenomen. Een dader van een hold-up kan

men beter het geld laten meenemen.

Deze wettekst heeft te maken met de bescherming van uw eigen persoon en het voorkomen van misbruiken ervan. Mensen moeten hun leven niet riskeren voor een goed. Mensen mogen het recht niet krijgen iemand te verwonden of te doden voor een goed.

BVB: iemand leunt op uw auto: die persoon mag men niet doodslaan.

bankbedienden die op elk voor hun verdacht persoon schieten.

Bij een hold-up zijn gangsters tot alles in staat. Als bankbedienden het geld beschermen , kunnen er onschuldige clienten worden gedood.

2) Noodtoestand

Bij wettige verdediging is er sprake van een konflikt tussen een recht en een onrecht. In geval van noodtoestand is er steeds een konflikt tussen 2 rechten. De Strafwet wordt dan overtreden met het doel een recht te beschermen dat een hogere waarde heeft dan het recht dat door de wet wordt beschermd. “NOOD BREEKT WET”.

BVB: een zwaargewonde mag men tegen overdreven snelheid naar een dokter of een ziekenhuis voeren.

Er zij enkele voorwaarden voor men spreekt over een noodtoestand:

- er is een werkelijke nood: een nakend lichamelijk of stoffelijk kwaad moet

dreigen -een hogere waarde wordt nagestreefd: recht op leven primeert op

recht op eigendom – de enige oplossing is de overtreding van de strafwet

- de aantasting van het beschermde belang mag niet opgelegd worden.

3) Overmacht

Overmacht is de uitschakeling van de vrije wil door de dader door ernstige of dreigende (morele of fysische dwang). Er is geen enkel spontaan menselijk gedrag aanwezig. bvb: onder bedreiging van een geladen revolver met overgehaalde trekker geeft men automatisch zijn geld af aan een overvaller in plaats van de held uit te hangen.

This post is also available in: Frans